Wijk bij Duurstede

De geschiedenis van het stadje Wijk bij Duurstede voert terug naar de Romeinse periode. De nederzetting heette toen Dorestad. Het begin van Dorestad valt in de Merovingische periode. Gouden munten uit de zevende eeuw geven aan dat Dorestad toen al bestond. De rivieren Rijn en Lek splitsten zich destijds juist ten oosten van het zuidelijke centrum van de stad. Tussen"67 en"77, tijdens de uitbreidingen van de stad, heeft het Rijksinstituut voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) talrijke opgravingen gedaan, waardoor veel informatie naar boven kwam. Zo bestond het stadje uit drie elementen: havenkwartier, handelswijk en agrarische sector. Opgravingen legden een begraafplaats open waar tenminste 2350 personen begraven waren. Handel was de belangrijkste bron van bestaan. Aardewerk was afkomstig uit het Duitse Rijn- en Eifelgebied, vaten, gevuld met wijn kwamen uit de omgeving van Mainz. Dorestad had zijn bloeiperiode te danken aan haar ligging: op een kruispunt van handelswegen die het Duitse Rijngebied verbond met Scandinavië en gebieden rond de Noordzee.


Naast commerciële activiteiten speelden landbouw en veeteelt en in mindere mate jacht en visserij een belangrijke rol. De opgraving heeft ook bewijzen geleverd voor ambachtelijke werkzaamheden: vervaardiging van textiel en bewerking van metaal, steen, bot en barnsteen.
Na 830 lijkt de rol als handelcentrum af te nemen, o.a. door de politieke onrust, maar ook door de invallen van de Vikingen. Dorestad schrompelt tot een kleine nederzetting.
In de 12de, 13de eeuw ontstaat het huidige Wijk bij Duurstede.

Wijk bij Duurstede had lang voor de Bisschop zich hier in de 15de eeuw vestigde, een rijk kerkelijk leven. Met zijn komst kreeg het kerkelijke, culturele en maatschappelijke leven een nog sterkere impuls. Wijk herkreeg zo internationale belangstelling en er kwam een hele hofhouding in het stadje.
Doordat er veel personeel nodig was, groeide het stadje en er werd een groot aantal huizen bijgebouwd. Onder een aantal huizen zijn nu nog kelders te vinden waarin de kloostermoppen aan de Wijkse bisschoppelijke periode herinneren.

De gerestaureerde kasteelruïne Duurstede is een tastbare herinnering aan het roemrijke verleden van David en Philips van Bourgondië. De vierkante Donjon dateert uit 1270. De bourgondische toren is van latere periode, toen David van Bourgondië een groot kasteel om de donjon heen liet bouwen.
Het kasteel is verwoest in de Franse periode

De Fransen zelf lieten het kasteel voor wat het was, omdat zij er van uit gingen dat het kasteel eigendom was van de burgemeester, die met de Fransen heulde.
Zij verwoestten wel de binnenstad. Door stenen uit de muur te breken, herbouwde de bevolking hun eigen woningen. De restauratie is zo uitgevoerd dat de beide torens behouden werden voor verder verval en toegankelijk werden gemaakt. De werkzaamheden zijn voor een groot deel uitgevoerd door werkloze bouwvakkers. Het oude vervallen aanzien van de donjon is bewaard gebleven, waardoor het kasteel feitelijk meer tot de verbeelding spreekt, dan de vele kastelen die tot bijna "nieuwe staat" zijn opgeknapt.

De culturele en bourgondische functie van Kasteel Duurstede van weleer trekt thans weer bezoekers:
het kasteel wordt verhuurd voor feesten en partijen en er worden regelmatig concerten gehouden.
Ook is het mogelijk om in het kasteel te trouwen.


 
Appartement
2-onder-1-kap
2-onder-1-kap